Het ontstaan van de offshore industrie in vogelvlucht

De term offshore is een aanduiding voor activiteiten die plaatsvinden op enige afstand van de kust; meestal gericht op de exploratie en winning van olie en gas maar in toenemende mate ook van windenergie.

Summerland – eerste offshore oliewinning

In de buurt van Santa Barbara, Californië werd de eerste offshore olie gewonnen naar aanleiding van olie en gas dat zich op het oppervlak van het strand verzamelde. Boortorens werden in het water ondersteund door middel van een pier die gebouwd werd op houten fundaties. Met uitzondering van de pompen bleven alle productiemachines aan wal. Het Summerland olieveld kende zijn hoogtepunt in 1902. Vermoedelijk heeft dit olieveld nooit veel opgeleverd. Opbrengsten wogen niet zwaar genoeg op tegen de hoge investeringen van de bouw van een boortoren met pier.

Caddo Meer – eerste zelfstandige offshore platform

Ook bij het Caddo Meer, tegen de grens van Texas en Louisiana, was olie makkelijk te vinden doordat gas omhoog borrelde en olie zichtbaar was aan wal. The Gulf Oil Corporation kreeg exploratie rechten en bouwde een boorplatform. Cyprus bomen aan wal werden gebruikt als fundatie voor het platform waarop de houten boortoren geplaatst werd. In het voorjaar van 1911 werd olie gevonden en was het eerste productieplatform een feit. Voor het einde van het jaar had Gulf acht productie platforms in gebruik. Productie platforms werden uitgerust met eigen pompen, gasmotoren en flow tanks. De olie werd naar verzamelstations gebracht door 3 inch buizen. De exploratie en productie van olie bij het Caddo Meer breidde razendsnel uit en ontwikkelde zich tot een nieuwe industrie. De ervaring uit de eerste jaren leidde tot vaste patronen in de bouw van platforms en installaties die vele jaren op veel verschillende locaties zijn toegepast.

Meer van Maracaibo – de eerste betonnen fundaties

Shell had als eerste een olieveld gevonden bij het meer van Maracaibo en had de oostelijke oever in handen. De vondst van een groot olieveld vlakbij de oever in 1922 trok de aandacht van andere olie maatschappijen. Velen zagen, met de opgedane ervaring van het Caddo meer, mogelijkheden in het meer van Maracaibo. Lago Petroleum Corporation kreeg in 1923 concessies voor een groot deel van het meer. Zij zetten de eerste boortoren 2 meter van de oever af en bouwden daarna een tweede met een grotere afstand van de wal. Dezelfde technieken van het Caddo meer werden toegepast: de platforms stonden op houten fundaties met alle installaties aan boord. Deze technieken voldeden echter niet op het meer van Maracaibo vanwege de paalworm Teredo die de houten constructies van binnenuit wegvrat. Duurdere of bewerkte houtsoorten waren niet lucratief genoeg en daarom werd naar alternatieven gezocht. De oplossing werd gevonden in betonnen structuren. De eerste platforms met betonnen fundaties werden gebouwd in 1927. In de twee jaar die daarop volgen werden nog 160 gebouwd. In 1934 werd staal voor het eerst toegepast op het meer van Maracaibo. De betonnen tafel op de betonnen fundaties werd vervangen met een stalen constructies waardoor beton gieten op locatie overbodig werd en kosten reduceerden. Nog een besparing werd gevonden in het gebruik van “drilling tenders”. Dit waren schepen met de boorgereedschappen, die afgemeerd werden op de productieplatforms. Daarmee konden de productieplatforms veel eenvoudiger en goedkoper worden geconstrueerd. Bijkomend voordeel was dat de “drilling tenders” na gebruik direct opnieuw gebruikt konden worden. In 1947 werden de eerste stalen fundaties toegepast door Shell omdat hun concessies gebieden bestreek met waterdieptes van 30 meter. Voor zulke dieptes waren betonnen fundaties ongeschikt, hoewel die wel werden geprefereerd vanwege de corrosie gevoeligheid van staal.

Golf van Mexico – De eerste semi-submersible

In 1920 wees geofysisch onderzoek dat er zuidelijk van Louisiana veel zoutkoepels lagen en uit ervaring was gebleken dat daar de kans op olie zeer waarschijnlijk was. Het gebied was moerassig en slecht toegankelijk waardoor alleen kapitaalkrachtige organisaties in staat waren om boortorens te plaatsen. Als het moeras meer op land leek werden de boortorens op houten matten gebouwd. Als er meer water aanwezig was werd gekozen voor houten fundaties zoals geleerd op het Caddo meer.

Texaco had een groot aantal concessies voor dit gebied in handen en zocht een manier om goedkoper exploraties uit te voeren. Matten en houten fundaties waren prijzig vanwege de slechte toegankelijkheid van het gebied. Louis Giliasso had een patent voor een schip met de boortoren en alle benodigde werktuigen aan boord. Het schip vaart naar de gewenste locatie en kan afgezonken worden waarbij het platform boven water blijft en als vast werkplatform gebruikt kan worden. Texaco tekende een overeenkomst met Giliasso waarbij zij de exclusieve rechten kregen op het ontwerp. En zo werd de eerste submersible, genaamd “Giliasso”, een feit. De gemiddelde tijd om een booreiland op en af te bouwen in het water bij Louisiana was 17 dagen. De Giliasso had maar twee dagen nodig en werkte perfect. De enige restrictie was dat de Giliasso alleen in ondiep water toegepast kon worden vanwege stabiliteitsbeperkingen. Voor grotere dieptes was een vast platform noodzakelijk.

Golf van Mexico – Een van de eerste grotere platforms

Pure Oil Company en Superior Oil, beide concessie houders voor het gebied onder Louisiana, besteden het ontwerp en de bouw van een platform in 1937 uit aan de firma Brown & Root. Dit was het grootste platform tot nog toe met een platform van 100 x 300 ft dat 15 ft boven het water stond op houten fundaties, één mijl van de kust af.

Golf van Mexico – De eerste geprefabriceerde stalen fundaties

In 1947 nam Superior een grote stap voorwaarts met een platform 18 mijl van de kust af in 20 ft water. Ze lieten Ray McDermott een stalen buisvormige fundaties bouwen aan land en verscheepten deze dan met een vrachtschip naar locatie. Met deze innovatieve stappen werden kosten gereduceerd, veiligheid verhoogd en installatietijden verkort.

Golf van Mexico – doorbraak in de offshore oliewinning

Na de wereldoorlog in het najaar van 1947 vond Kerr-McGee olie in de golf van Mexico een groot olieveld. Kerr McGee was een Amerikaanse organisatie gespecialiseerd in de exploratie en winning van olie en gas. Zij waren niet de eersten die offshore boringen hadden verricht en ook niet de eersten die geslaagd waren in het vinden van een olieveld in de golf van Mexico. Het was hun succes dat de aandacht trok van Amerika. Deze en opeenvolgende vondsten van Kerr-McGee trokken de aandacht van grote oliemaatschappijen die tot nog toe weinig interesse hadden getoond. Nieuwe markten ontwikkelden zich voor werven en engineering bedrijven. Het succes van Kerr-McGee was een historisch moment in de politieke en economische ontwikkeling van de offshore industrie. Op technologisch vlak was hun inbreng niet baanbrekend. Kerr-McGee had Brown & Root een conventioneel simpel platform laten ontwerpen dat minder innovatief was dan die van Superior, maar ze hadden wel handig gebruikt gemaakt van overgebleven oorlogsschepen en deze omgebouwd tot mobiele booreilanden.

Bronnen:
Deepwater petroleum exploration & Production, William L. Leffler, Richard Pattarozzi, Gordon Sterling
50 years offshore, Hans Veldman, George Lagers